Twee jaar spraak en taal bij schisis

Author: Kino Jansonius
LOT Number: 017
ISBN: 90-5569-062-7
Pages: 296
Year: 1999
€35.00
Download this book as a free Open Access fulltext PDF

Deze studie gaat over de spraak- en taalvaardigheid van kinderen met een complete lip-, kaak- en/of gehemeltespleet. Door deze schisis hebben zij een verhoogd risico om spraak- en taalproblemen te ontwikkelen. Deze zijn niet het gevolg van cognitieve problemen of problemen in de communicatie van de ouders met hun kind. Behalve de afwijkende spraakmotoriek is er bij schisis ook gehoorverlies ten gevolge van otitis media emt effusie (OME). Dit laatste aspect wordt te vaak veronachtzaamd in studies bij schisis.

 

Een derde van de 30 kinderen met schisis, afkomstig uit vier schisis-behandelteams, heeft op de leeftijd van twee jaar een ernstige spraak- en taalachterstand; tweederde heeft dit niet. Hiervan heeft de ene helft wel een vertraagde of afwijkende fonologie en de andere helft niet. Sommige variabelen worden meer benadeeld foor de afwijkende spraakmotoriek bij schisis en andere weer meer door het gehoorverlies. De articulatieproblemen, die kenmerkend zijn voor schisis, bij uitstek aspecten van de afwijkende spraakmotoriek, blijken echter minder ernstig aanwezig te zijn als kinderen vroeg middenoordrainage ondergingen. De medische behandeling blijkt eveneens een grote rol te spelen in de kwaliteit van spraak en taal.

 

Kinderen met een normale taalvaardigheid en een normale opbouw van hun klanksysteem hebben niet alleen op tijd, maar ook vroeg, in hun eerste levensjaar, drie belangrijke vormen van medische interventie gekregen. Dit zijn een gehemelteplaatje dat bij de geboorte is aangemeten en lang wordt gedragen (1), middenoordrainage (2) en een vroege chirurgische ingreep om het gehemelte te sluiten (3). Daarmee is zowel de spraakwaarneming als de spraakmotoriek bevorderd. Deze groep kinderen kon tijdig, in een gevoelige periode van aanleg van spraak en taal in het brein, de juiste spraak- en taalinformatie opvangen en uiten. De niet of nauwelijks (nog) sprekende kinderen hadden ernstiger gehoorverlies en onvoldoende medische behandeling ondergaan.

 

Niet eerder werd in de literatuur van spraak- en taalverwerving bij schisis zo uitgebreid ingegaan op de invloed van de spraakwaarneming, vooral die via het gehoor, op spraak en taal bij jonde kinderen met schisis. Er wordt afgerekend met een mening dat de afwijkende articulatie de taalorganisatie op hoger niveau benadeelt.

Deze studie gaat over de spraak- en taalvaardigheid van kinderen met een complete lip-, kaak- en/of gehemeltespleet. Door deze schisis hebben zij een verhoogd risico om spraak- en taalproblemen te ontwikkelen. Deze zijn niet het gevolg van cognitieve problemen of problemen in de communicatie van de ouders met hun kind. Behalve de afwijkende spraakmotoriek is er bij schisis ook gehoorverlies ten gevolge van otitis media emt effusie (OME). Dit laatste aspect wordt te vaak veronachtzaamd in studies bij schisis.

 

Een derde van de 30 kinderen met schisis, afkomstig uit vier schisis-behandelteams, heeft op de leeftijd van twee jaar een ernstige spraak- en taalachterstand; tweederde heeft dit niet. Hiervan heeft de ene helft wel een vertraagde of afwijkende fonologie en de andere helft niet. Sommige variabelen worden meer benadeeld foor de afwijkende spraakmotoriek bij schisis en andere weer meer door het gehoorverlies. De articulatieproblemen, die kenmerkend zijn voor schisis, bij uitstek aspecten van de afwijkende spraakmotoriek, blijken echter minder ernstig aanwezig te zijn als kinderen vroeg middenoordrainage ondergingen. De medische behandeling blijkt eveneens een grote rol te spelen in de kwaliteit van spraak en taal.

 

Kinderen met een normale taalvaardigheid en een normale opbouw van hun klanksysteem hebben niet alleen op tijd, maar ook vroeg, in hun eerste levensjaar, drie belangrijke vormen van medische interventie gekregen. Dit zijn een gehemelteplaatje dat bij de geboorte is aangemeten en lang wordt gedragen (1), middenoordrainage (2) en een vroege chirurgische ingreep om het gehemelte te sluiten (3). Daarmee is zowel de spraakwaarneming als de spraakmotoriek bevorderd. Deze groep kinderen kon tijdig, in een gevoelige periode van aanleg van spraak en taal in het brein, de juiste spraak- en taalinformatie opvangen en uiten. De niet of nauwelijks (nog) sprekende kinderen hadden ernstiger gehoorverlies en onvoldoende medische behandeling ondergaan.

 

Niet eerder werd in de literatuur van spraak- en taalverwerving bij schisis zo uitgebreid ingegaan op de invloed van de spraakwaarneming, vooral die via het gehoor, op spraak en taal bij jonde kinderen met schisis. Er wordt afgerekend met een mening dat de afwijkende articulatie de taalorganisatie op hoger niveau benadeelt.

Categories