Dunque l'Italia ha perso il suo fascino? Io penso di no

Author: Ineke Vedder
LOT Number: 002
ISBN: 90-5569-045-7
Pages: 332
Year: 1998
€36.00
Download this book as a free Open Access fulltext PDF

Ineke Vedder is verbonden aan de afdeling Italiaans van de Universiteit van Amsterdam. Ze houdt zich bezig met de verwerving en de didactiek van het Italiaans als vreemde taal. Dunque l’Italia ha perso il suo fascino? Io penso di no vormt het eindresultaat van haar promotie-onderzoek.

 

In dit boek wordt verslag uitgebracht van een onderzoek naar het argumenterend schrijven in een tweede taal (T2) door Nederlandse studenten Italiaans. Om in T2 een argumentatieve tekst te kunnen schrijven moeten schrijvers eerst een aantal syntactische en lexicale middelen verwerven. Deze middelen kunnen worden gebruikt voor de weergave van de verschillende argumentatieve componenten van het betoog in T2. Ook moeten zij zich bepaalde pragmatisch-retorische middelen eigen maken die kenmerkend zijn voor T2. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op de keuze van de argumenten, de graad van formaliteit van de tekst, de mate van nuancering van het standpunt en het gebruik van stijlfiguren. Bij het gebruik van deze linguïstische en pragmatisch-retorische middelen in T2 kunnen schrijvers maar gedeeltelijk een beroep doen op de verschillende talige en niet-talige vaardigheden die ze hebben verworven in hun moedertaal. In die zin stelt het argumenterend schrijven in T2 allerlei extra eisen aan tweede-taalschrijvers.

Ineke Vedder is verbonden aan de afdeling Italiaans van de Universiteit van Amsterdam. Ze houdt zich bezig met de verwerving en de didactiek van het Italiaans als vreemde taal. Dunque l’Italia ha perso il suo fascino? Io penso di no vormt het eindresultaat van haar promotie-onderzoek.

 

In dit boek wordt verslag uitgebracht van een onderzoek naar het argumenterend schrijven in een tweede taal (T2) door Nederlandse studenten Italiaans. Om in T2 een argumentatieve tekst te kunnen schrijven moeten schrijvers eerst een aantal syntactische en lexicale middelen verwerven. Deze middelen kunnen worden gebruikt voor de weergave van de verschillende argumentatieve componenten van het betoog in T2. Ook moeten zij zich bepaalde pragmatisch-retorische middelen eigen maken die kenmerkend zijn voor T2. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op de keuze van de argumenten, de graad van formaliteit van de tekst, de mate van nuancering van het standpunt en het gebruik van stijlfiguren. Bij het gebruik van deze linguïstische en pragmatisch-retorische middelen in T2 kunnen schrijvers maar gedeeltelijk een beroep doen op de verschillende talige en niet-talige vaardigheden die ze hebben verworven in hun moedertaal. In die zin stelt het argumenterend schrijven in T2 allerlei extra eisen aan tweede-taalschrijvers.

Categories