Spontaan herstel van afasie in en na de acute fase

Author: Ceske Niewold
LOT Number: 126
ISBN: ISBN-10: 90-76864-95-0 ISBN-13: 978-90-76864-95-2
Pages: 222
Year: 2006
€32.00
Download this book as a free Open Access fulltext PDF

Spontaan herstel van afasie in en na de acute fase

In de eerste periode na een CVA (de acute fase) kunnen afasiepatiënten een zekere mate van spontaan herstel doormaken. Er bestaat een groeiende behoefte aan meer kennis over dit spontane herstel. Opmerkelijk genoeg is er nog maar weinig onderzoek op dit gebied verricht. Dit komt niet alleen doordat de acute fase een korte en vrij chaotische periode is, waarin het verzamelen van voldoende onderzoeksgegevens vaak niet mogelijk is. Ook de beschikbare onderzoeksmaterialen zijn nog niet voldoende afgestemd op de acute fase, waardoor veel patiënten niet goed kunnen worden onderzocht.

Dit proefschrift beschrijft een onderzoek met als doel meer inzicht te krijgen in wat er tijdens en na de acute fase gebeurt in de taal van afasiepatiënten, aan de hand van analyses van spontane-taalinterviews en resultaten op een aantal taaltests. Centraal staat daarbij het contrast tussen de acute en de chronische fase, en tussen de verschillende herstelperioden. Ook wordt gekeken naar de samenhang tussen de resultaten op de verschillende meetinstrumenten. Het unieke aan dit onderzoek is de grote rol die objectieve spontane-taalmaten spelen bij de beantwoording van de onderzoeksvragen.

Elf CVA-patiënten met afasie, bij wie spontane-taalinterviews en taaltests werden afgenomen in de acute fase en voor zover mogelijk ook in de chronische fase, zijn voor dit onderzoek zowel individueel als groepsmatig bestudeerd. De resultaten van deze studie kunnen mogelijk meer licht werpen op enkele kwesties die uit de onderzoeksliteratuur naar voren kwamen, zoals “in welke periode vindt het meeste spontane herstel van afasie plaats?”. Daarnaast worden er aanbevelingen gedaan voor toekomstig taalonderzoek in de acute fase.

Spontaan herstel van afasie in en na de acute fase

In de eerste periode na een CVA (de acute fase) kunnen afasiepatiënten een zekere mate van spontaan herstel doormaken. Er bestaat een groeiende behoefte aan meer kennis over dit spontane herstel. Opmerkelijk genoeg is er nog maar weinig onderzoek op dit gebied verricht. Dit komt niet alleen doordat de acute fase een korte en vrij chaotische periode is, waarin het verzamelen van voldoende onderzoeksgegevens vaak niet mogelijk is. Ook de beschikbare onderzoeksmaterialen zijn nog niet voldoende afgestemd op de acute fase, waardoor veel patiënten niet goed kunnen worden onderzocht.

Dit proefschrift beschrijft een onderzoek met als doel meer inzicht te krijgen in wat er tijdens en na de acute fase gebeurt in de taal van afasiepatiënten, aan de hand van analyses van spontane-taalinterviews en resultaten op een aantal taaltests. Centraal staat daarbij het contrast tussen de acute en de chronische fase, en tussen de verschillende herstelperioden. Ook wordt gekeken naar de samenhang tussen de resultaten op de verschillende meetinstrumenten. Het unieke aan dit onderzoek is de grote rol die objectieve spontane-taalmaten spelen bij de beantwoording van de onderzoeksvragen.

Elf CVA-patiënten met afasie, bij wie spontane-taalinterviews en taaltests werden afgenomen in de acute fase en voor zover mogelijk ook in de chronische fase, zijn voor dit onderzoek zowel individueel als groepsmatig bestudeerd. De resultaten van deze studie kunnen mogelijk meer licht werpen op enkele kwesties die uit de onderzoeksliteratuur naar voren kwamen, zoals “in welke periode vindt het meeste spontane herstel van afasie plaats?”. Daarnaast worden er aanbevelingen gedaan voor toekomstig taalonderzoek in de acute fase.

Categories