Ongekend 18e-eeuws Nederlands: Taalvariatie in persoonlijke brieven

Author: Tanja Simons
LOT Number: 343
ISBN: 978-94-6093-125-3
Pages: 371
Year: 2013
€38.00
Download this book as a free Open Access fulltext PDF

Ongekend 18e-eeuws
Nederlands

Taalvariatie in persoonlijke brieven
Hoe schreven ‘gewone’ Nederlanders in de late achttiende eeuw? Daarover is nog niet veel bekend. Onze kennis is voornamelijk gebaseerd op gedrukte teksten die voor het merendeel geschreven zijn door een klein deel van de (mannelijke) bevolking afkomstig uit de elite. Dit proefschrift met een sociolinguïstische in - valshoek, zorgt voor een completer beeld van laat-achttiende-eeuws taalgebruik. Daartoe wordt gebruikt gemaakt van oorlogsbuit: een grote hoeveelheid door de Engelsen gekaapte brieven, die vandaag de dag bewaard worden in The
National Archives (Kew, Londen).
Voor het onderzoek zijn persoonlijke brieven geselecteerd, geschreven tussen
1776 en 1784 door Nederlanders uit alle rangen en standen. Deze studie naar
taalvariatie in de late achttiende eeuw kan gezien worden als een eerste ver -
kenning van dit waardevolle materiaal. De verschijnselen die aan bod komen,
zijn dan ook divers van aard: het gebruik van aanspreekvormen, negatie, we -
derkerigheid en wederkerendheid, de apocope van de sjwa, de apocope van de
slot-n, het diminutiefsuffix en de genitief. De verschillende casestudies tonen
onmiskenbaar aan dat geschreven taal in de late achttiende eeuw gevarieer -
der was dan eerder onderzoek op basis van gedrukte werken doet vermoeden.
Het sociolinguïstisch perspectief blijkt vruchtbaar te zijn: voor het merendeel
van de verschijnselen wordt sociale variatie aangetroffen en daarbij zijn vooral
gender en sociale klasse invloedrijke factoren.
Deze dissertatie is van belang voor onderzoekers die werkzaam zijn binnen het
vakgebied van de historische sociolinguïstiek en voor iedereen die geïnteres -
seerd is in achttiende-eeuws Nederlands.

Ongekend 18e-eeuws
Nederlands

Taalvariatie in persoonlijke brieven
Hoe schreven ‘gewone’ Nederlanders in de late achttiende eeuw? Daarover is nog niet veel bekend. Onze kennis is voornamelijk gebaseerd op gedrukte teksten die voor het merendeel geschreven zijn door een klein deel van de (mannelijke) bevolking afkomstig uit de elite. Dit proefschrift met een sociolinguïstische in - valshoek, zorgt voor een completer beeld van laat-achttiende-eeuws taalgebruik. Daartoe wordt gebruikt gemaakt van oorlogsbuit: een grote hoeveelheid door de Engelsen gekaapte brieven, die vandaag de dag bewaard worden in The
National Archives (Kew, Londen).
Voor het onderzoek zijn persoonlijke brieven geselecteerd, geschreven tussen
1776 en 1784 door Nederlanders uit alle rangen en standen. Deze studie naar
taalvariatie in de late achttiende eeuw kan gezien worden als een eerste ver -
kenning van dit waardevolle materiaal. De verschijnselen die aan bod komen,
zijn dan ook divers van aard: het gebruik van aanspreekvormen, negatie, we -
derkerigheid en wederkerendheid, de apocope van de sjwa, de apocope van de
slot-n, het diminutiefsuffix en de genitief. De verschillende casestudies tonen
onmiskenbaar aan dat geschreven taal in de late achttiende eeuw gevarieer -
der was dan eerder onderzoek op basis van gedrukte werken doet vermoeden.
Het sociolinguïstisch perspectief blijkt vruchtbaar te zijn: voor het merendeel
van de verschijnselen wordt sociale variatie aangetroffen en daarbij zijn vooral
gender en sociale klasse invloedrijke factoren.
Deze dissertatie is van belang voor onderzoekers die werkzaam zijn binnen het
vakgebied van de historische sociolinguïstiek en voor iedereen die geïnteres -
seerd is in achttiende-eeuws Nederlands.

Categories